De koop van de merrie werd zoals gezegd online gesloten. In ruil voor foto´s van zijn identiteitskaart maakte ik alvast €100,- naar de eigenaar over. Een spannende actie, maar ik ben een ziekelijke optimist die gelooft in het goede van de mens, dus zo af en toe waag ik het erop. Een dag of tien later moesten Jergen en ik naar het zuiden, een mooie mogelijkheid om op de terugweg het paard op te halen. Een vriendin leende mij haar trailer. Ik zette deze op naam zodat ik het ding kon verzekeren. Helaas heeft jergens´s bus geen trekhaak en bleek het vanwege de beruchte Portugese bureaucratie onmogelijk om een passende en legale combinatie te lenen die ik kon verzekeren. Dus over naar plan B. Een kennis van een kennis verzorgt professioneel paardentransport met haar tweepaards vrachtwagentje. Een rib uit mijn lijf maar wel legaal, veilig en vooral vriendelijk voor het paard. De afspraak in de Algarve liep uit en met een dag vertraging keerden we op een dinsdag terug naar Centraal Portugal. Voor de gelegenheid hadden we de luxe Porsche Cayenne van een vriend geleend. Met de eigenaar van de merrie spraken we af dat we onderweg bij haar kwamen kijken. Als ze echt zo leuk was zou de transporteur haar de volgende ochtend vroeg ophalen. De eigenaar was zeer communicatief, heel on-Portugees. Hij wilde onze exacte aankomsttijd weten. Twintig minuten voor aankomst ontvingen we van hem plots een andere locatie, een kwartiertje verderop. 🤔 We arriveerden bij de gestuurde pin, het was alsof we zo een B-film in stapten. Zie het voor je…:” In een piepklein, slaperig dorpje draait op een snikhete middag een zwarte Porsche Cayenne het marktplein op. Een man en vrouw stappen uit. Ze hebben beide lange dreadlocks, die van haar in felle kleuren, en vol getatoeëerde armen. Ze lopen richting de enige rotonde die het dorp rijk is. Daar midden op, staan drie in het zwart geklede mannen. Twee van hen dragen een zwarte hoed en gouden kettingen. Eèn houdt een paard vast aan een kort, rafelig touwtje. Geen stal, weide of paddock te bekennen. Eerste gedachte: "Oei, die Porsche was niet zo'n goed idee." Tweede gedachte: "Leuk paard!" Ik pakte de merrie over en probeerde een stukje te wandelen. Ze trilde als een rietje en was zo verstijfd dat lopen niet echt ging. Maar ze liet toe dat ik haar betastte, in haar mond keek en haar hoeven optilde. Nou ja, een dan. Ik knikte naar de mannen. De koop gaat door.. Tja en dan....? Zigeuners spreken geen Engels. Ze hebben hun eigen taal , een mengeling van Spaans, Portugees en iets ondefinieerbaars. Toen het daadwerkelijk over geld ging werd het even spannend. Deze mannen zijn net zo wantrouwig naar ons als wij naar hen. Met handen en voeten kwamen we overeen dat ik daar een deel contant zou betalen. Het resterende bedrag zou ik overmaken op het moment dat de merrie op de wagen stond. Zodra de chauffeur mij groen licht gaf, zou ik een code doorgeven, waarmee een van de mannen het afgesproken bedrag kon pinnen in het dorp. Maar ja, je weet het niet hè. Geven ze hetzelfde paard mee, komen ze überhaupt wel opdagen? Wij hadden geen idee waar zij met het paard vandaan kwamen. Ineens kreeg ik een ingeving: "Zeg, jullie hebben toch meerdere paarden te koop? Mag ik die ook zien?" En zo werd de merrie weer 'ingeladen'. Dat wil zeggen, ze sprong in een keer de zeker een meter hoge bak van een zeer gammele pickup in. Loopplank, stro? Nah... dit is transport gypsy style. Ik appte de transporteur: “Je zal morgen geen problemen hebben met laden, denk ik zomaar." Na 10 minuten arriveerden we bij een enorm weiland aan de rand van een meer. Een familie van zeker 10 vrouwen en evenzoveel kinderen zaten op picknickkleedjes aan de rand. Iedereen wilde de auto van dichtbij bekijken. "Deuren op slot", fluisterde ik tegen Jergen voor we uitstapten. Op het veld stonden acht paarden, ieder aan een eigen touw. Fantastische Lusitano's, voor Nederlandse begrippen, voor luttel geld. Maar mijn geld was op. Ik wist nu in ieder geval waar de paarden woonden. Na overhandiging van het officiële document van de merrie vertrokken we huiswaarts. De volgende ochtend stroomden vanaf 7am de appjes binnen.
"Geef mij de code." "Nee, pas als de chauffeur groen licht geeft." Uiteindelijk kreeg ik rond 9 uur van beide partijen tegelijk het sein. Een gespannen stem aan de lijn: "Carolien, ze staat erin maar haar papieren zijn vervalst. Haar registratie is niet afgetekend door een dierenarts, grote kans dat ze helemaal geen chip heeft. Het is illegaal, maar ik zal haar toch naar je toe brengen." Ruim vier uur later reed de wagen ons erf op. Volgens de transporteur is het een heel lief paard. Wantrouwig vanwege haar harde opvoeding, maar koel in het hoofd, geïnteresseerd in mensen en bijzonder intelligent. Zo een die als je haar vertrouwen eenmaal gewonnen hebt, voor je door het vuur gaat. We noemen haar Ravi, een afkorting van het woord Ravissant. Ravissant: betoverend, verrukkelijk of erg bekoorlijk. “Iets of iemand is zo aantrekkelijk dat je er diep van onder de indruk of buiten jezelf van bent.” Synoniemen: Prachtig, charmant, schitterend en mooi.
0 Comments
Timo is dit voorjaar 18 geworden. Ongemerkt zijn we in 13 jaar tijd samen oud(er) geworden. Pas toen Pepper arriveerde werd ik me bewust van de rust en wijsheid in Timo's energie. Wij zijn met elkaar vergroeid, we zijn elkaars stabiele factor. Ik zorg voor een zo fijn mogelijk paarden leven. In een weide waar altijd iets te ontdekken valt; waar de paarden zelf kunnen beslissen hoe ze hun dag indelen; waar ze slapen, waar en wanneer ze eten en drinken en waar ze zelf de beste schaduwboom kunnen opzoeken. Timo houdt mij met twee benen op de grond, in het hier en nu. Als ik weer eens uit balans ben door de waanzin in deze wereld, biedt hij mij houvast, is soms letterlijk mijn 'lifeline'. Tijdens de langdurige regenperiode vorig jaar winter raakte hij al zijn bespiering kwijt. Hoewel hij momenteel in goede conditie verkeert en er fantastisch uitziet, is de bovenlijn nog altijd erg kaal. Ik vraag me af of ik dat er nog op getraind krijg. Mijn plan is om na de zomer eerst serieuze stap training aan te vangen. Hier in de bergen is dat precies de juiste inspanning voor rustige spieropbouw. Maar goed, ik dwaal af. Ik stelde mijzelf de vraag: "Wil ik nog echt trektochten gaan rijden in de toekomst?" Op de een of andere manier ontstond er een idee in mijn hoofd. Zal ik.... Maar er is geen budget... Ach, gewoon eens kijken op het internet kan geen kwaad, toch? 🫣 Fout!!! Begin er niet aan want je bent verloren. Ik leerde dat er een parallele wereld bestaat naast degene waar ik in leef. In Portugal zijn er naast de inheemse wilde garrano's en surraya paarden twee soorten paarden. De lusitano en de cruzado. De laatste is een chique woord voor 'gekruist, zonder papier'. Andere rassen zijn er nauwelijks en als ze er al zijn, niet te betalen. Een beetje lusitano kost goud geld, dus ook die van het lijstje af. Er zijn merries, daarmee wordt hoofdzakelijk gefokt. En er zijn hengsten, om mee te pronken. Casteren doen ze hier niet. Omdat wij een 26-jarige merrie hebben lopen, is het geen optie om een hengst te kopen en die te laten castreren. Het karakter en daarbij horende gedrag is dan al ontwikkeld en gevormd. Een onderwerp voor een aparte column. In de lagere prijsklasse is er een levendige handel in paarden, volledig gedomineerd door zigeuners. Men ruilt onderling veel paarden. Waarom, is mij nog volstrekt onduidelijk. Maanden heb ik research gedaan. Je ziet steeds dezelfde paarden te koop, bij steeds weer andere mensen. Op iedere nieuwe advertentie zijn ze 20 kg afgevallen. De houderij is hier ook niet volgends de welzijns regels die in Noord Europa gelden; vrij van hongers, dorst en ongemak. De paarden worden in deze wereld gehouden aan een lang touw, dat soms is vastgemaakt aan de nek, soms aan een been. Als ze geluk hebben staan ze op gras, met andere paarden in de buurt. Hebben ze pech dan staan ze in een kale wegberm in de brandende zon. Aanleg voor piaffe demonstreert men door met een zweep met daaraan bevestigde ratels te wapperen, terwijl het dier is vastgebonden in een stal, meestal stands. Je moet eerste vrede maken met deze realiteit, en daarna met het gegeven dat het ondoenlijk is om ieder paard te redden. Pas dan begint de zoektocht echt. "Een jong paard, met zo min mogelijk trauma's, maar geen veulen waar ik nog vier jaar mee moet wachten. "Technisch gezien kan ik niet geweldig rijden, maar het met mijn KWPN getrainde ogen heb ik wel kijk op wat een goed paard is en wat niet. Bij goed kijken viel het niet mee om een aansprekend en correct gebouwd dier te vinden. En ineens was daar een filmpje van een overduidelijk jong paard, niet in balans, zwabberend van links naar rechts onder de man, stapte zij dapper door het water, sprong aan in galop zonder te rennen. De ruiter had een relatief vriendelijke hand en er hing geen scherp bit in haar mond. Niet zozeer een 'mooi 'paard, wel een karaktervol paard. Wat een persoonlijkheid! Ze stond alleen wel 300 km verder naar het Zuden. .. Als je zoiets tegenkomt moet je durven handelen. Na tientallen whatspp berichten, met behulp van een vertaalapp, werd de deal zo goed als gesloten. Maar dan? Hoe krijg je zo'n paard thuis. Want in Centraal Portugal heeft bjna geen enkele auto een trekhaak? Wordt vervolgd... In maart 2023 kwam Timo naar de kudde in Travancinha, Centraal Portugal. Een vriendin van mij, dierentolk Mirjam Roenhorst van De Heldere Kijk, zei mij dat hij bang was dat ook dit adres tijdelijk zou zijn. Ik heb hem beloofd dat hij bij deze kudde mag blijven, zo lang als het voor mij mogelijk is dit te realiseren. Het is bijzonder om je paard te zien veranderen van een rijpaard met slechte sociale paardenskills, naar een dier dat dicht bij zijn oorspronkelijke 'zijn' leeft. De groep is hecht, ieder paard heeft zijn eigen rol, ze leveren allemaal een bijdrage aan het geheel. Ze wonen op tientallen hectares, drinken uit de rivier, eten verschillende soorten grassen, bloemen en kruiden, en slopen indien mogelijk natuurlijk ook de siertuin van de eigenaar. Het blijven paarden Timo heeft mij niet nodig. Als hij mij opmerkt, komt ie altijd even kijken of er een appeltje is. Zo niet, dan gaat hij zijn eigen weg. Ik mag mee, maar het hoeft niet. Hoewel ik het rijden erg mis, heb ik niet de behoefte om mijn vriend te zadelen en mee te nemen op een ritje. Het is voor hem niet prettig om de groep te verlaten. Daarnaast komt de hele kudde mee. Zo nu en dan maken we ritjes over de quinta, met alle paarden. We laten de paarden zelf hun weg kiezen en wij rijden mee. Een andere manier van met paarden omgaan. Ik ben er nog niet uit wat de toekomst brengt. De kriebel om de wereld te verkennen te paard blijft bestaan. Maar of dat met Timo gaat zijn...? Ik weet het niet. Afgelopen week was het een jaar geleden dat Timo arriveerde in Portugal. Wat is de tijd voorbij gevlogen. Mijn dappere paard. Hij herstelde van de reis en paste zich aan. Aan de hoge temperaturen, de arme vegetatie, de enorme ruimte, het heuvelachtige terrein en zijn nieuwe vrienden. In maart verhuisde Timo naar de kudde van Linda. Het was best een risico om hem zonder enige gewenning te introduceren in een nieuwe groep paarden. Maar dit is Portugal, er zijn geen stallen, of paddocks die je in tweeën kunt delen. Bij aankomst na de lange rit zadelde ik af en Timo mee naar het midden van een van de terrassen, zodat er voldoende ruimte was voor de ontmoeting. Nu is mijn paard niet bang uitgevallen, in nieuwe en stressvolle situaties gaat hij eerst op onderzoek uit om daarna te beslissen of iets griezelig is. Zo ook nu. Hij keek eens om zich heen, ging rollen en daarna in volle draf op de groep af. De paarden begroetten elkaar één voor een. Het was prachtig om te zien. Geen agressie, geen angst, slechts nieuwsgierigheid naar de nieuwkomer. Na dit begroetingsritueel gingen ze grazen. Samen. En zo bleef het. De eerste twee weken was Timo nogal aanwezig. Hij leek de leiding van de kudde over te nemen en deed dat met behoorlijk veel branie. Maar de kenner kon zien dat dit gedrag uit onzekerheid voortkwam. Deze kudde van vier ruinen en twee merries is al lange tijd samen. Ze vormen een hechte groep. Hoewel ze vriendelijk zijn, duurde het wel even voordat Timo er daadwerkelijk bij hoorde De afgelopen weken heb ik niet gereden. Integreren verloopt minder soepel als er steeds één paard uit de groep gehaald wordt. Regelmatig gaan Linde en ik samen naar de paarden toe en ‘zijn’ gewoon een paar uur aanwezig. Daar is echter niets ‘gewoons’ aan. Gedrag observeren mateloos interessant. De Arabische merrie Serena is zonder twijfel de leidende merrie, maar leiden is iets anders dan domineren. Ieder paard lijkt zijn eigen rol te hebben in de dagindeling. De een bepaalt wanneer er gedronken wordt, een ander neemt het initiatief om te gaan rusten. Timo is dik bevriend met Serena, waardoor zijn rang in de groep vrij hoog is. Maar zodra zij aangeeft dat ze niet van hem gediend is, bijvoorbeeld direct na haar hengstigheid, komt Prins, de Lusitano, tussenbeide en zet Timo op zijn plek. Fascinerend om te zien en zoveel boeiender dan erop zitten en een rondje door de bak sturen.. Vorige week had Linde een paardenvriendin uit België op bezoek, Inge. Zittend onder de bomen vertelde zij over haar geliefde paard Spot, dat ze anderhalf jaar geleden, na vele jaren samen, moest laten inslapen. Alex, een kruising Appaloosa x Fjord, kwam voorbij wandelen en ging een meter of tien verderop liggen. Inge stond op en ging even bij hem zitten. De andere paarden werden wakker en liepen al grazend bij deze scène vandaan. Het is ongewoon dat de kudde wegloopt, terwijl er één paard dat slaapt achterblijft. Alex leek er geen last van te hebben. Hij ging zelfs helemaal plat liggen en Inge deed hetzelfde. Van tien meter afstand aanschouwden wij dit tafereel en plotseling werden we tegelijkertijd letterlijk overspoeld door een golf van verdriet. Tranen stroomden. Zomaar uit het niets. Linde en ik keken elkaar aan. Gebeurt dit echt? Na ruim een kwartier kwamen Alex en Inge overeind en voegden zich weer bij ons. Alex achter haar met zijn hoofd direct boven dat van haar. Hij ademde zwaar. Inge droogde haar tranen en keek omhoog: “Zo ademde Spot ook op het eind van zijn leven.” In stilte bleven we zitten, hier zijn geen woorden nodig. Linde geeft regelmatig coachingssessies met haar paarden, maar deze werd spontaan aangeboden door Alex, die langzaam weer tot zichzelf kwam, waarna de andere paarden hem ophaalden om te gaan grazen. Als paarden ‘paard’ mogen zijn, gebeuren er magische dingen. De coachingsactiviteiten van Linde kun je vinden op Instagram onder de naam ‘Cavalos do Vale do Pio’. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in het voorjaar van 2023 In Centraal Portugal wonen veel estrangeiros (buitenlanders), maar paardenmensen zijn vrij zeldzaam. Die vind je wat zuidelijker. Minder bergen, meer gras. Afgelopen jaar ontmoette ik Linde, een Belgische dame die in 2022 ook hier neerstreek met haar zes paarden. Via een Facebook oproep over vliegenspray vonden we elkaar. Het klikte en we speelden met de gedachte om de paarden samen te zetten. Maar Timo stond lekker dichtbij, bij mijn buren ‘Portugal by Horse’ en had het daar prima naar zijn zin. Een maand geleden hielp ik Linde met de verhuizing van haar paarden. Zelf heeft ze vijf hectare grond, dat is hier bij lange na niet genoeg om zes paarden het jaar rond te voeren. Dit betekent dat er altijd hooi bijgevoerd moet worden en kwalitatief goed hooi is in Portugal niet zo gemakkelijk te vinden. Daarnaast is brand hier dagelijkse realiteit in de hete zomermaanden. De allesverwoestende brand van 2017, waarbij in deze regio tientallen mensen om het leven kwamen, heeft een collectief trauma veroorzaakt bij de lokale bevolking. Afgelopen zomer was het weer raak in deze vallei. Voor de tweede keer in vijf jaar brandde de hele vallei af. Linde verloor haar caravan met daarin alles wat ze bezat.. Gelukkig was haar huis in aanbouw en overleefden alle dieren overleefden de brand. Aan de overkant trof de gigantisch grote Quinta da Lua Nova, van Mario en Milko hetzelfde lot. Ken je dit stel nog? Ze waren twee keer te zien in ‘Ik vertrek’. Al hun nieuw aangeplante fruit- en olijvenboomgaarden gingen opnieuw verloren. De enige maatregel tegen deze branden is het kort houden van begroeiing. Op een Quinta van vijftig hectare is maaien een monsterklus. Het zijn geen weides zoals bij ons, maar rotsige hellingen met metershoge keien waartussen bramen, brem en mimosa opkomen. Linde, Mario en Milko kwamen met een gezamenlijk plan, namelijk brandpreventie door begrazing. Gras voor de paarden en minder werk en een veiligere omgeving voor de landeigenaar. Toen dorpsgenoten hier lucht van kregen kwam er aanbod van alle kanten. Klein detail, niemand heeft een omheining, die mag Linde zelf plaatsen. En dat is behalve arbeidsintensief enorm kostbaar. Het was een wandelingetje van twintig minuten met de paarden van Linde aan de hand naar de nieuwe Quinta. Daar aangekomen viel mijn mond open. Grote terrassen, een boomgaard - met dode boompjes - en een riviertje door het midden. Walhalla voor paarden. De beslissing was snel gemaakt. Timo meer vriendjes en ook meer gras. Wij gezelligheid en in plaats van maandelijkse pensionkosten nu een gedeelde, eenmalige investering voor omheiningen. Om de hele vallei af te spannen gaan we een crowdfunding opzetten, waarover de volgende keer meer. Afscheid nemen van Portugal by Horse viel me zwaar, maar gelukkig zijn het mijn buurtjes en hebben we veel contact. Met google maps, locus en een printer lukte het om een route uit te stippelen en ouderwets in te tekenen op papier. De totale afstand was zo’n 15-20 km en ongetraind wilde ik niet verder rijden dan noodzakelijk, zeker gezien het bergachtige terrein. De bekende adrenaline rush kwam opzetten toen ik in de schuur op zoek ging naar mijn kleine zadeltasjes voor de lunch, een A4 kaarthouder, een opvouwbare emmer en een high vis vest. Wat heb ik dat gemist. We vertrokken op een frisse lenteochtend met een flinke windkracht 4-5, gelukkig met een strakblauwe hemel erboven. Super weer voor een lange rit want Timo’s raakt snel oververhit in zijn berenvacht. Hij pikte mijn spanning direct op en ging opgewonden mee op pad. Eerst een stuk door het dorp, langs de bezinepomp, het restaurant, de kapel en de garage.Vervolgens over brede dirtroads naar de volgende vallei. Een vriend fietse een paar uur mee. Hij vond het heerlijk om even van kantoor weg te zijn, ik kon de spanning van me af kletsen en Timo had psychische houvast aan zijn maatje, al was het een stalen ros. Halverwege passeerden we een slaperig dorpje waar we naast de fontein op het pleintje voor het cafe pauzeerden met een espresso en een gekookt ei. En verder ging de tocht, door verlaten valleien en langs steile hellingen. Na bijna drie uur keerde mijn kennis huiswaarts en reden wij het laatste uurtje alleen. De overgang van de beboste hellingen waar boeren bezig waren met het snoeien van olijfbomen en poten van aardappels naar de vallei waar slechts zwartgeblakerde stammetjes in een rotsachtig maanlandschap stonden was schokkend. Al het leven leek plots verdwenen. Geen keutels van dieren, geen bloesem, bijen of vogels. Pas bij de rivier werd de ontluikende lente weer zichtbaar en voelbaar. De natuur is ongelooflijk veerkrachtig. Op vlakke terrassen groeit nu gras. En de paarden mogen daar, gewoon door zichzelf te zijn, een bijdrage leveren aan de brandveiligheid. Dat voelt goed. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in het voorjaar van 2023 ‘Reis niet sneller dan je benen je kunnen dragen, anders kan je ziel je niet bijhouden’, is een uitspraak afkomstig van oude natuurvolken. Het betekent dat wanneer je ergens naartoe gaat, je tijd nodig zult hebben om je aan te passen en je thuis te voelen. Hoe verder weg je gaat, hoe groter de aanpassing zal zijn. Niet alleen voor het lichaam, maar zeker ook voor geest en ziel. Ofwel je moet wennen aan cultuur, taal, omgangsvormen, de flora en fauna, het klimaat en nog oneindig veel meer. Centraal Portugal ligt 2300 kilometer zuidelijker dan Amsterdam. Als ik dit met Timo had gereden, zouden we zo’n zes maanden onderweg zijn geweest (deze staat nog op het lijstje). Aanpassen kost tijd, dat geldt voor alle ingrijpende veranderingen in een mensenleven. Zelfs in de westerse psychologie krijg je soms filosofische antwoorden over dit thema. “Hoe lang duurt het voordat ik aan de nieuwe situatie ben gewend en ik mijn leven weer gewoon kan leiden?”, vroeg ik een psycholoog, toen ik me zes weken na mijn scheiding nog niet helemaal jofel voelde. “Twee keer alle seizoenen”, zei de beste man. Op dat moment dacht ik dat hij een grapje maakte, maar het bleek waar. Ik ben het nooit vergeten. Naast het verlies van een dierbare en een scheiding, staat ook verhuizen in de top drie van stressvolle gebeurtenissen. Ik kan dat beamen want Portugal is niet mijn eerste emigratie. Eerder woonde ik enkele jaren in Duitsland en ook daar nam het wennen aan het nieuwe leven zo’n twee jaar in beslag. Waarna we ontdekten dat dit nieuwe leven niet bij ons paste en we weer naar Nederland terugkeerden. Timo was toen nog aan het opgroeien bij zijn vorige eigenaresse in Groningen.. Afgelopen kerst vierde ik mijn éénjarig jubileum in Portugal. Het voelde al heel erg als thuis, maar de moeite die Timo had om te schakelen van zomer naar herfst, liet me zien dat we deze tijd wel moeten nemen. Vorige winter was een van de warmste en droogste winters aller tijden in Portugal. Nu hebben we zojuist de natste winter in 25 jaar achter de rug. Het blééf maar regenen. Niet prettig, maar niemand klaagt, want water is noodzakelijk om de zomer zonder al te veel bosbranden door te komen. Voor ons Nederlanders hoort regen erbij, op de socials zie ik al mijn paardenvriend(inn)en dik ingepakt door de blubber sjouwen. Wij zijn bikkels, toch? Nu ben ik in de luxe positie dat de mensen van Portugal by horse, waar hij in pension staat, de volledige verzorging op zich nemen. Dus ik ben vrijgesteld van ploeteren in modder dit jaar. Hoewel ik dat niet mis, merk ik dat de afstand tot mijn paard wel groter is. Rijden hebben we de afgelopen maanden niet gedaan. Een buitje is één ding, maar urenlange hoosbuien is wat veel van het goede. Wegen en paden spoelden weg en er ontstonden rivieren op plaatsen waar ze niet hoorden te zijn. Daarnaast werden de dirt roads, de onverharde wegen, spiegelglad, wat buitenrijden gevaarlijk maakte. Ik heb deze tijd gebruikt om het harnachement in te vetten, hoefschoenen schoon te maken en na te kijken en leuke routes uit te werken - daarover volgende keer meer. In december was ik een paar dagen in Nederland. Daar logeerde ik op Camping Boszicht, aan de Veluwezoom, bij recreatieruiters welbekend. Elke dag wandelde ik in het bos, naar de Carolinahoeve en over de Posbank. Het rook er naar natte bosgrond, wilde zwijnen en paddestoelen. Ik miste Timo tot in mijn tenen. Wat hebben we dáár veel kilometers liggen. Het voelde onwerkelijk om er zonder hem zijn. Het was mijn thuis niet meer. Nu wonen we allebei in Zuid-Europa. We zijn gearriveerd en hebben ons aangepast. We hebben in de hete zomer genoten van onze vrijheid, allebei met onze eigen ‘tribe’. Nu is het tijd dat we weer op pad gaan. Dat we hier samen herinneringen gaan maken en van dit land ‘ons’ land en ‘ons’ thuis maken. Dat kan alleen maar door héél veel kilometers te gaan maken. Elke ochtend ga ik naar het bakkertje bij ons in het dorp voor een Galão, de Portugese versie van een Latte, en een paar verse broodjes. De dames die ik daar tegenkom vertelden mij dat ‘als de regen stopt, de kou komt’. En zowaar, de regen stopte en vandaag was daar de eerste frisse lentedag. Koud, maar met een stralende zon aan een strak blauwe hemel. Ik heb Timo opgehaald voor onze eerste rit in lange tijd. Het was spannend, om met een blij en fris paard te manoeuvreren over smalle paadjes met zeer steile afdalingen. Maar ook was het prachtig, tussen de geel bloeiende mimosa en sinaasappelbomen. Wat houd ik ontzettend veel van dit land. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in het voorjaar van 2023 Zei ik vorige maand dat het leven in Portugal fantastisch is? Deze maand is dat een tikje anders. Of eerlijker gezegd, de afgelopen weken waren verschrikkelijk. Ik heb even getwijfeld of ik dit zou delen want ik voel me een slechte paardenmoeder. Daar ben ik niet trots op. Aan de andere kant horen ook de minder fraaie momenten bij het leven. Ik voel me schuldig, omdat ik onvoldoende op mijn paard heb gelet. Hetzelfde schuldgevoel als toen ik tien jaar geleden per ongeluk mijn katten vergiftigde met het beruchte vlooienmiddel dat je zo nu en dan in Duitse supermarkten tegenkomt. Een van mijn katten overleefde het niet, een tweede hield er een hersenbeschadiging aan over. Ik kon er niets aan doen maar het schuldgevoel is altijd gebleven. Nu Timo. Wat is er gebeurd? Hij leeft nog en heeft geen hersenbeschadiging. Deze zomer heb ik nauwelijks gereden en Timo ruim de tijd gegeven om te wennen aan de nieuwe omgeving. Hij had het naar zijn zin met de merries. Het gevolg was dat ik niet dagelijks bij hem kwam. Afgelopen week, tijdens een uitgebreide poetsbeurt bestudeerde ik mijn paard. Hij zag er een beetje shabby uit. De half aangemaakte wintervacht oogde wat mottig, het viel me op dat de bespiering in de bovenlijn toch wel erg was afgenomen. Ik schreef het toe aan de invallende winter. De dagen zijn korter dus maken paarden een wintervacht aan. Vanwege de relatief hoge temperaturen wordt die vacht niet bijster dik. En toen kwam de regen. In Centraal Portugal valt er normaal gesproken meer regen dan in een gemiddelde winter in Nederland. De staleigenaar lacht wanneer er gasten komen voor een buitenrit terwijl er regen voorspeld is. “Wij zijn Nederlanders en wel wat gewend”, zeggen ze dan, “dit is toch Zuid-Europa, niet?” Nou nee, het kan hier dagen achtereen hozen, met 20 tot 45 mm water per 24 uur. Ga je naar buiten dan ben je in no time doorweekt, nat tot op je onderbroek. Zo ook de paarden. Ik was me bewust van de nattigheid, maar had het vanwege de temperaturen van 15-19 graden totaal verkeerd ingeschat. En toen kwam mijn vriendin Mirjam Roenhorst een weekje logeren. Zij is dierentolk en eigenaresse van ‘De Heldere Kijk’. Al 25 jaar delen we lief en leed. Vol trots leidde ik haar rond door Timo’s enorme weide. Ze was onder de indruk van de ruimte. “Vergis je niet” zei ik nog tegen haar, “het is een behoorlijke oppervlakte en in de winter oogt het prachtig groen, maar het is geen gras dat er groeit, het zijn vooral niet-eetbare kruiden.” Toen Timo naar ons toe kwam deinsde ze achteruit. “Zo, die is boos,” zei ze, “hij zegt dat hij heel hard moet werken om nog een spietje ruwvoer binnen te krijgen. Hij heeft echt honger Carolien.” Ze keek me streng aan. Ik voelde aan Timo’s ribben en moest met schaamte toegeven dat hij ietsjes te veel was afgevallen. Dat was snel gegaan in de laatste week. “Het gevoel dat hij me geeft is dat hij zich met moeite staande kan houden hier. Hij heeft het koud en maakt zich zorgen.” Dat was een pittige boodschap en ik sloeg mezelf voor het hoofd dat ik me zo heb laten afleiden door de mooie omgeving en fijne temperatuur. Wat ik hier van leer is dat het niet verstandig is om de verzorging van je paard (deels) aan anderen over te laten. In dit geval bleek om de dag een appel brengen niet voldoende. Niet dat de mensen van de stal niet goed zijn in hun vak, maar er is niemand die Timo zo goed kent als ik. Ik weet dat hij niets geeft om koude, dat hij een hekel heeft aan nattigheid en dat eten het meest belangrijke is in zijn leven. Tweede leerpunt is dat dagelijks scherp observeren van levensbelang is. Ik schreef het ook al eens in een blog. Voor recreatieruiters is dit lastiger dan voor sportruiters. Wanneer je intensief sport met je paard, ben je elke dag gefocust op diens lichaamsconditie. Is hij te dik, te dun, te temperamentvol of te traag. Daarop stuur je bij in je management. Als recreant ben je (lees: ik) minder alert op veranderingen in je paard, waardoor je soms wat laat bent met bijsturen. Ik heb Timo een paar dagen meegenomen naar mijn eigen tuin, waar wel gras staat. Daarnaast krijgt hij nu dagelijks extra ruwvoer en tijdelijk ook krachtvoer. Bietenpulp zou ideaal zijn maar dat is hier niet te vinden. Daarom een sportmix, het enige verkrijgbare krachtvoer, gemengd met luzerne. Toen we de eerste keer met een emmer voer aan kwamen heeft Mirjam nog even voor mij vertaald: “Njomnjom wat is dit lekker,” in de woorden van Timo. En zo kwam het weer in orde, maar het schuldgevoel zal nog wel even blijven. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in de winter van 2022 “Hebben jij of Timo wel eens heimwee?” vroeg laatst iemand.Ik zocht het even op: Heimwee: ‘Ziekelijk verlangen naar huis’. Kan een paard een ziekelijk verlangen naar elders hebben? En nu we toch aan het filosoferen zijn; wat is ‘thuis’? Hecht een paard aan een locatie, een routine, aan andere dieren of een mens? Is dat voor alle paarden gelijk? Wat betreft Timo kan ik stellig zijn. Mijn grote vriend heeft geen heimwee. Na die eerste zware week werd al gauw duidelijk dat deze pony van de koude grond goed gedijt in het warme en ruige Portugal. Timo heeft een zelfstandig karakter, hij plakt niet aan andere paarden en lijkt geen diepe vriendschappen te sluiten. Hij vindt het prima als zijn soortgenoten aan de andere kant van het draadje blijven en vooral niet in de buurt van zijn hooi komen. Maar het is en blijft een kuddedier. Toen er twee merries op de Quinta kwamen wonen was dat een prachtkans om een kleine kudde te vormen. Na een gewenningsperiode naast elkaar kwam de dag dat ze eindelijk bij elkaar mochten. De hele goegemeente stond met foto- en filmapparatuur in de aanslag. Het draadje ging open, wij namen positie in op veilige afstand. De merries draafden Timo’s weide in en toen… niets. Hé-le-maal niets. Ze gingen op gepaste afstand van elkaar grazen en dat was dat. Paardengedrag is ongelooflijk subtiel en fascinerend om te observeren. Op het eerste gezicht gebeurt er niets, maar schijn bedriegt. In de loop van enkele weken groeiden deze drie paarden naar elkaar toe. Hun weide is acht hectare groot en waar Timo is, zijn de merries. Siësta houden ze kop aan kont, om met de staart de vliegen van elkaars hoofd te zwiepen. Nee, Timo heeft geen heimwee. Sterker nog, hij heeft zelfs mij niet nodig. Hoe anders was dat toen hij op zij postzegeltje op de Veluwe van mij afhankelijk was voor voedsel en vertier. Gelukkig vinden de dames het geen probleem om hun man zo nu en dan een paar uurtjes met mij te delen. Dan geniet mijn vriend van de exclusieve aandacht en knuffels. Als ik hem uit de wei haal wordt er niet gehinnikt. Bij thuiskomt begroeten ze elkaar en het leven gaat door. In mijn ogen zijn dit paarden in balans. En hoe zit het met mijn ‘ziekelijk verlangen naar huis’? Home is where the heart is. Op iedere plek waarmee je je hebt verbonden laat je een stukje van je hart achter. Een behoorlijk deel van mijn hart ligt op de Veluwe. In Centraal Portugal is natuur, rust en ruimte, een zalige temperatuur en weinig regels wat betreft rijden. Maar er zijn geen herfstige loofbossen die zo mooi kleuren bij een vos, geen geur van vers gemaaid gras of vers bemest weiland. Wij rijden door altijd groen blijvende eucalyptus productiebossen. Geplant om toiletpapier van te maken. En mimosa, dat prachtig geel bloeit in het voorjaar, maar een gevaar is in de zomer, want het brand zo goed. Net als Eucalyptus trouwens met de oliehoudende bladeren. De komende twee weken is er regen voorspeld, 10-20mm per dag. Normaliter valt hier meer regen dan in de Nederlandse wintermaanden. Voor velen is de herfst het favoriete seizoen. Eerst dacht ik, hoezó, we gaan de donkere tijd in, het is koud, nat en grijs. Maar hier is dat anders, de temperatuur zakt na de hete zomermaanden naar een niveau waarop het fijn is om weer om lekker in de actie te gaan. In de regen komt alles weer tot leven. Nu we het toch over anders hebben. Er zijn hier ook andere…. beestjes! Wie veel in het bos rijdt weet wat dazen zijn, die krengen waarvan de vrouwtjes bijten en waarvan je van die grote schijfvormige plekken krijgt. Nou, die zijn bijna niet, tenminste, niet tussen mei en oktober. Het is eenvoudigweg te droog. Wel zijn er horzels. De benen, oksels en flanken van de paarden zitten vol eitjes. Tot zover niets geks. Afgelopen week na een ritje kriebelde er iets op mijn hoofd. Gedachteloos krabde ik in mijn haar. Ik kreeg het niet te pakken, het was weg. Totdat ‘de kriebel’ enkele minuten later terugkwam. Vastbesloten de boosdoener te ontdekken peuterde ik een bolletje uit mijn haar. Een halve centimeter grote monsterteek met tijgerstippen probeerde zich los te wurmen. Getverdemme. Bij paarden zoekt deze veelvoorkomende gevlekte teek een plekje in de manenkam. Bij grondige inspectie bleek Timo tientallen teken in zijn manen te hebben, die allemaal open wondjes veroorzaken waar wondvocht uitkomt. Tijd voor groot onderhoud. Neemolie met een paar druppels teatreeis biedt verlichting. We zullen zien met welke beestjes we in de winter gaan kennismaken. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in de winter van 2022 Het is herfst in Portugal. Mijn eerste najaar in dit land en ik weet niet precies wat ik kan verwachten. Voor veel mensen die hier wonen is dit hun favoriete seizoen. De temperatuur daalt naar zo’n 22 tot 28 graden overdag. Dat is heel wat anders dan de 35+ graden in juli en augustus. Iedereen kan weer ademhalen, vooral de planten en dieren, die geen siësta kunnen houden in een koel huis. In september was ik een week in Nederland. Bij terugkomst viel mijn mond open. Het had drie dagen onafgebroken geregend en binnen een week was er een explosie van leven. Waar in Nederland het gras in het voorjaar de grond uit buldert, zoals ze in Twente zeggen, gebeurt dat hier in de herfst, wanneer de nachttemperatuur nog aangenaam is, met voldoende zonlicht overdag en vooral een beetje water. En dat brengt me op het thema voermanagement. Een goed rantsoen samenstellen is een uitdaging op zich. Paarden hebben een gevoelig spijsverteringsstelsel. Ooit verhuisde een kennis van mij met haar arabieren, die op hoog niveau presteerden in de endurancesport, van de Veluwe naar de UK. Het kostte haar twee jaar voordat ze het voermanagement perfect op orde had. De paarden moesten wennen aan het lokale ruwvoer, met name door de andere samenstelling van de bodem met andere mineralen. Wij zijn in Nederland gewend aan gras. Iedere eigenaar van een koudbloed paard houdt nauwlettend de fructaan-index in de gaten. Hoefbevangenheid is een veel voorkomend probleem en iedereen stelt zijn voermanagement erop in om dat te voorkomen. Hoe anders is dat hier. Toen Timo in het voorjaar in Portugal arriveerde had hij een zware reis achter de rug. De eerste weken viel hij behoorlijk af en flink bijvoeren was nodig. Na korte tijd mocht hij grazen in een enorme weide van wel vier hectare. In mijn ogen groeide daar geen sprietje gras. Wat er groeide was dor en bruin, met niet-eetbare struiken en hier en daar een hooispriet op een steeltje. Maar schijn bedriegt. Dit is precies wat een robuust ras nodig heeft, en binnen drie weken was mijn Welsh Cob in topconditie. Vanuit mijn huis, naast de weide, kan ik de paarden overdag observeren. Ze scharrelen echt hapje stapje hun kostje bij elkaar. Overdag, wanneer het warm is en er tientallen vliegen rond zijn hoofd zoemen, draaft Timo iedere 1.5 uur naar een grote den om in diens schaduw een dutje te doen. Na zo’n twintig minuten start een nieuw graassessie. Alle paarden weten feilloos giftige planten van eetbare exemplaren te onderscheiden. Op zo’n oppervlakte is het niet doenlijk om deze allemaal te verwijderen. Er is ruim voldoende lekkers te vinden en de paarden laten ongewenste planten gewoon staan. Heel voorzichtig trekken ze met hun lippen een voor een de blaadjes van de bramenstruiken af. Ook de druivenranken, die langs de randen van terrassen groeien worden gegeten. Niet allemaal in een keer, maar elke keer dat ze erlangs komen nemen ze een paar happen. Sinds Timo met twee merries een kudde vormt, hebben ze maar liefst acht hectare heuvelachtig terrein tot hun beschikking. Ik heb gemerkt dat ze dagelijks een vaste ronde door de weide maken. In de vroege ochtend staan ze bovenop de heuvel naast mijn slaapkamerraam te grazen. Wanneer het geluid van etende en proestende paarden mijn oren bereikt, schiet ik overeind, ren naar buiten en geef ze allemaal een appel. Een betere wekker is er niet. In september viel Timo terug in conditie. Er was niet veel meer te eten in de weide en de regen was nog niet gearriveerd. In overleg met de staleigenaar hebben we de hoeveelheid hooi opgevoerd. In Portugal krijgen de paarden in de zomer extra ruwvoer. In de winter is dat niet nodig. Ook Timo’s voeten zijn niet meer hetzelfde. Hij heeft altijd al sterke en gezonde hoeven, die ik strak bijhield door ze wekelijks te veilen en iedere zes weken door de bekapper te laten behandelen. Nu is dat anders. De bekapper komt minder vaak, het is ook niet nodig. De hoeven zijn wat minder netjes maar kei- en keihard, met een dikke, ietwat holle zool en een mooie dikke wand. De ‘bijna-hoefbevangen-groeiringen’ van afgelopen winter zijn er bijna uitgegroeid. Wat ik zie is een ultragezond paard, dat volledig in zijn element is, in een hechte kudde van drie paarden. Hij heeft mij niet echt nodig voor vertier en afleiding. Het geeft een heerlijk gevoel om je paard zo te zien. Alleen doet het wel iets met mijn motivatie om actief aan de slag te gaan. En soms, heel soms, kan ik wel verlangen naar de schitterende ritjes over goed onderhouden paden op de de Veluwe, samen met een vriendin. Zou Timo ook wel eens heimwee hebben? Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in het najaar 2022 Als foto’s uit een brochure, zo ziet het eruit op de sociale media. Maar vergis je niet, er gaat een hele wereld schuil achter de prachtige plaatjes die de fantasie prikkelen. Stralende zon, blije oortjes, bergtoppen en rivieren. Allemaal waar. Maar laat me je een ding zeggen; nergens ter wereld zijn de ruiterpaden zo netjes geprepareerd en bewegwijzerd als in Nederland, wees er zuinig op. Hier in Portugal zijn geen regels voor paarden, met andere woorden, je mag overal rijden. Daar hoort bij dat je zo nu en dan voor behoorlijke uitdagingen komt te staan. De infrastructuur is een tikje anders. Rijden doe je vooral over de zogenaamde ‘dirt-tracks’. Ongeasfalteerde wegen die worden gebruikt door bergbewoners en bombeiros (brandweer). Enige tijd geleden maakte ik een ritje met een vriendin, op haar paarden. Ze kende alle weggetjes en paadjes en wist precies over wiens erf je veilig kon rijden zonder door een loslopende berghond te worden opgegeten. Nu ben ik op mezelf aangewezen. Toen Timo na een weekje zijn draai had gevonden gingen we samen op pad. De eerste dag kwamen we niet verder dan een ritje van een half uur rond om Quinta da Alegria van Portugal by horse. Maar zelfs die 30 minuutjes waren al voldoende om ons beiden flink in het zweet te werken. Aan de voet van het gebergte Serra de Estrela is het behoorlijk heuvelachtig. Omlaag loop ik altijd naast Timo om zijn schoft en schouders te ontlasten. Ik ben nu eenmaal geen lichtgewicht. Goed voor ons beider conditie. De tweede keer zag ik halverwege een klim een smal paadje de bush in verdwijnen. Dat leek me echt iets voor ons, ik houd van single tracks dus gingen we omhoog, de berg op. Langzaamaan werd het paardje smaller en smaller. En de berg steiler en steiler. Aan weerszijden groeiden lage doornstruiken waar je niet even doorheen wandelt. Bovenop stapte ik af en leidde Timo aan de hand weer omlaag. Toen het paadje in het midden deels weggespoeld was en er diepe geulen van precies een hoef breed tevoorschijn kwamen liepen we vast. “Dit gaat niet meer Timo, we moeten terug,” zei ik hardop. Nu is ‘terug’ niet echt een woord dat in het vocabulaire van een Welsh Cob voorkomt. Doorgaan is het motto, maar met enig duw en trekwerk begreep hij de boodschap. Op een dubbeltje draaide hij om en terug gingen we. Opstappen op een steile berghelling is geen goed idee dus het werd een behoorlijk klim voor mij. Gelukkig zag ik even later een bordje ‘wandelroute naar Vales da Gaios’. O gelukkig die plaats ken ik en de wandelroutes zijn goed onderhouden, dacht ik nog. Fris geel/rood geverfde bordjes wezen ons de weg. Toen we over het erf van een huis werden gevoerd en daarna een steil stenen trapje af begon ik nattigheid te voelen. Je zou hier toch wel met een paard over een wandelroute kunnen? Toch? Stug doorgaan, je komt nooit ergens als je je laat leiden door angst. Dus daalden we verder af. Het fijne aan een ervaren paard is dat hij weet wanneer hij de leiding uit handen moet geven. Toen we onderaan in de vallei uit kwamen werd het makkelijker. Allebei zuchtten we diep en togen verder, om na slechts 600 meter opnieuw een obstakel tegen te komen. Een zeer gammel bruggetje over een riviertje. Nu ben ik niet zo bang voor gammele bruggetjes maar deze keer stond er een waarschuwing bij; gevaarlijk voor voetgangers’. Dóór de rivier was geen optie vanwege de steile wand en grote losliggende keien. Prut, terug dan maar weer. Vlak bij huis liep het pad over een oude romeinse brug. Zo’n hele hoge smalle, een metertje of acht boven de river, gemaakt van verschillende stenen bogen, zonder leuningen. We hebben het gedaan. Blik vooruit en niet opzij kijken. Het is maar net waaraan je gewend bent. En ach, in Nederland hebben we spoorwegovergangen en grote rotondes. Zo langzamerhand ontdekken we stukje bij beetje de omgeving. Achter iedere heuvelrug is weer een nieuwe vallei, met andere riviertjes en nieuwe paadjes. Wat ik heb geleerd is om voor vertrek de kaart goed te bestuderen en daarbij vooral de hoogtelijnen goed in de gaten te houden, iets dat we in Nederland niet erg gewend zijn om rekening mee te houden. Net als de hoge temperaturen. in de zomer loopt het kwik gemakkelijk op tot boven de 35 graden. Rijden in de ochtend is veel beter dan in de avond, wanneer het nog lang warm en benauwd blijft. Water is een must om bij je te hebben. In oktober wil ik een rondje van een dag of tien gaan doen, om eens wat verder te kunnen kijken. We keep you posted. Dit artikel is gepubliceerd in BIT/CAP in het najaar 2022 |
AuteurNa haar marketing carrière bij Pavo Paardenvoer, en een aantal jaar in een yurt, besloot Carolien om in 2022 definitief met haar paard Timo naar Centraal Portugal te verhuizen. Archives
August 2026
Categorieën |
























RSS Feed